woensdag 9 mei 2012

Schaap

Ik had latijn. We zaten in lokaal 315 en we bespraken de tekst van Erasmus die we op het moment aan het vertalen waren. Het was mooi weer buiten, maar voor de tijd van het jaar viel het nog wel mee. De zon scheen en het raam stond open. Met latijn zaten we altijd in een groepje van vier en ik zat in de buurt van het raam. Af en toe voelde ik de zachte bries van de wind. Het tekst-bespreken was niet al te interessant, dus mijn blik dwaalde wat af naar buiten zo nu en dan. Opeens hoorde ik een schaap. Dat kon helemaal niet. Er waren geen boerderijen in de buurt van de school en al helemaal geen schapen. Terwijl ik opkeek ving ik Merlyn's blik op. Ze keek me vragend aan. "Hoorde jij dat ook?" Ik knikte en keek zoekend naar buiten. Ze fluisterde verder. "Er zijn toch helemaal geen schapen in de buurt?" "Ik hoorde echt een schaap," fluisterde ik terug. Nick, tegenover ons in het groepje, keek ons vragend aan. Eén van ons fluisterde: "Hoorde jij geen schaap?" Hij keek ons vaag aan en schudde zijn hoofd. Merlyn en ik keken elkaar nog eens aan en haalden onze schouders op.

Aan het eind van de dag fietste ik met Merlyn richting huis. Toen we halverwege waren, gebeurde er iets geks. Het leek of de hele wereld ineens afremde. We zagen alle auto's naast ons steeds langzamer gaan rijden, net als de fietsers. Precies hetzelfde gebeurde met de voetgangers. Zelfs de vogels hingen stil in de lucht. Plotseling klonk een enorm gebrul en de hele straat begon te schudden. Ik keek in paniek opzij naar Merlyn en tot mijn opluchting was Merlyn niet bevroren. We waren allang gestopt met fietsen, hoewel het me niet was opgevallen. Het gebrul zwol aan en in de verte zagen we een enorme zwarte wolk opzetten. Het leek alsof de wolk in een wervelwind over de straat aan kwam waaien. Alsof het allemaal kleine zwarte kiezelsteentjes waren die in de wasmachine rondgedraaid werden. "Zie jij dat ook?" zei ik op een zo normaal mogelijke toon. Merlyn knikte, niet in staat iets zinnigs uit te brengen. Ze begon haar fiets om te draaien en ik realiseerde me dat dat wel eens een heel slim plan kon zijn. Zo snel mogelijk draaide ik mijn fiets ook en begon te fietsen. We fietsten alsof ons leven ervan afhing. Het had geen zin, de wolk was veel sneller. In een mum van tijd was de wolk vlak achter ons, maar we bleven stug doorfietsen. De wolk bleef op ons inlopen. Het had niet alleen op een wervelwind geleken, het was ook een wervelwind. Ineens werd mijn fiets gevangen in de wolk. Het was zo zwart, ik kon niks meer zien. Ik werd van mijn fiets geblazen en de lucht ingezogen. Ik had geen idee waar Merlyn was. Ik werd naar links en rechts gesmeten zonder oppervlak te voelen. De wervelwind voelde meer als een draaikolk dan een wervelwind. Misschien voelden wervelwinden wel altijd als draaikolken, ik was nog nooit eerder in een wervelwind geweest. Het was eigenlijk best fascinerend. Als het niet zo donker was geweest, was het nog leuk geweest ook. Ik vloog. Vliegen was best leuk. Toen ik me dit realiseerde, was het ook al afgelopen.

 Ik plofte met mijn buik op de grond en ik bedacht dat ik me niet eens druk gemaakt had om de landing. Nu het al voorbij was, leek dat me niet erg zinvol en ik opende voorzichtig mijn ogen. Gras. Ik lag op gras en vlak voor me groeiden een rode en een gele bloem. En verderop een roze. Voorzichtig stond ik op en ik keek eens om me heen. Een paar meter verder stond Merlyn en ik rende naar haar toe. Ik riep haar naam en ze keek om. "Waar zijn we?" Ik keek haar vragend aan. Ze keek me aan en zei: "Hoe moet ik dat nou weten?" Ik lachte en trok een dom hoofd. "Jullie zijn in Oviscanië." Een doodse stilte volgde. Merlyn en ik keken om ons heen, maar zagen alleen gras. Overal was gras. Het was een enorm grasveld. Ik ging dichter bij Merlyn staan. De stem die gesproken had vervolgde een paar lange seconden later: "Het is een wereld parallel aan die van jullie, gevuld met wezens die vergelijkbaar zijn met jullie 'schapen'. Ik ben de Dux Ovis. Omdat jullie uit een andere wereld komen, kunnen jullie ons niet zien. Ik kan jullie ook niet zien, alleen horen. Dit is ook nog niet eens onze echte wereld, het is de doorgang ernaartoe. Jullie zijn hier omdat er een gat is gevallen tussen onze werelden. De vervuiling op jullie planeet is zo erg, dat het ondertussen effect heeft op het hele universum. Op al het bestaande leven. Doordat de osmotische waarde van jullie planeet zo hoog geworden is, trekt het schone lucht aan van andere planeten en universums en daardoor ontstaan gaten. Maar goed, daar kunnen jullie met z'n tweeën ook niets aan doen. Waar ik wel nieuwsgierig naar ben, is hoe het gat zich presenteerde in jullie wereld. Ik weet alleen dat tijd en ruimte geen rol meer spelen als er eenmaal een gat is ontstaan. Alleen de personen het dichtst in de buurt van het gat worden niet stilgezet. De rest merkt er dan ook niks van. In onze wereld was het een meer met een enorme draaikolk erin en als Dux Ovis was ik het snelst in de buurt."

Ik keek nog eens om me heen om me ervan te overtuigen dat ik echt niets zag, maar er was nog steeds alleen maar gras. Ik schraapte mijn keel om antwoord te geven, maar Merlyn was me voor. "Het was een wervelwind. De tijd stond stil in onze wereld en..." Ik viel haar in de rede en vulde haar aan. "En er was een enorm gebulder en een zwarte wervelwind. Ik vond het meer voelen als een draaikolk, als ik eerlijk ben." "Hm, interessant." zei de stem. "Nou, jullie moeten maar weer eens terug. Ik zal zien wat ik voor jullie kan doen. Momentje hoor." "Hebben jullie magische kracht?" vroeg ik nieuwsgierig. Ik wilde dolgraag meer weten over deze 'schapen'. Ik had altijd gedroomd van zulke werelden, maar dit ging mijn fantasie te boven. De stem gaf geen antwoord. Blijkbaar was meneer Dux Ovis verdwenen, op zoek naar een manier om ons weer weg te krijgen. Ik draaide me naar Merlyn en keek haar vol enthousiasme aan. "Schapen! Wie had dat gedacht? Dus er zijn veel meer werelden!" Merlyn keek om zich heen. "Ik hoop dat die andere werelden dan wel meer in zich hebben dan gras. En dat we weer fatsoenlijk terug kunnen."

Ze was nog niet uitgesproken, of de grond onder onze voeten spleet open. Om ons heen verdween het gras in sneltreinvaart en een donker meer verving het. Vanuit onze positie begon het te draaien en voor we het wisten bevonden we ons in een draaikolk. Ik zuchtte. Blijkbaar was ons avontuur nu alweer afgelopen. Deze draaikolk voelde niet aan als water. Het leek meer op een wervelwind dan de echte wervelwind had gedaan. Ik voelde dat we mee begonnen te draaien en verder naar de rand van de draaikolk werden gesleurd. De wereld werd inktzwart en voor ik het wist landde ik weer met mijn buik op de grond. Op asfalt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten